Geschiedenis

De afdeling KUST onderging sinds haar oprichting in 1898 verschillende naamsveranderingen en uiteraard ook veel structurele veranderingen. Vanuit haar beleid en bij de uitvoering van haar taken streeft de afdeling KUST sinds haar oprichting naar een optimale vorm van samenleven met de zee..

1898 - 1944

Op 31 maart 1898 riep Koning Leopold II in Oostende de ‘Bijzondere Dienst der Kust’ in het leven onder de benaming ‘Ministère de l’Agriculture et des Travaux Publics – Ponts et Chaussées – Service Spécial de la Côte’.

Voordien was in Oostende al een dienst gevestigd die de openbare werken aan de kust onder haar bevoegdheid had. Ir. Pierre Demey, hoofdingenieur-directeur van Bruggen en Wegen, was sinds 1886 hoofd van deze dienst. In zijn functie werd ir. Demey stilaan de vertrouwenspersoon van Koning Leopold II voor kust- en havenwerken. Kort na zijn overlijden in februari 1898, installeerde de koning officieel de Bijzondere Dienst der Kust. Onder opvolger ingenieur Van Gansberghe voerde de dienst de plannen voor nieuwe haven van Oostende en Zeebrugge uit.

1945 - 1976

Tijdens de Eerste Wereldoorlog speelden de sluizen en de waterbemeestering van de Ijzer, die toen tot het ambtsgebied van de Dienst der Kust behoorden, een aanzienlijke rol.

Vanaf 1945 richtte de Bijzondere Dienst der Kust, onder leiding van ir. Jozef Lagrou, zich vooral op het herstel van oorlogsschade en het opruimen van wrakken. Vanaf 1952 startte ir. Jozef Verschave een programma voor verregaande zeewering dat na de stormvloedramp van 1953 in een stroomversnelling terecht kwam. Met zijn werken voor de zeewering en de aanzet tot uitbreiding van de Zeebrugse haven zette ir. Verschave een blijvende stempel op de kust.

In 1967 werd de fakkel doorgegeven aan ir. Robert Simoen die het werk aan de kusthavens van Oostende, Zeebrugge, Blankenberge en Nieuwpoort voort zette. Onder zijn leiding groeide de bescheiden Dienst der Kust uit tot een belangrijk overheidsapparaat aan de kust, de Dienst der Kusthavens.

1977 - 2009

Als inspecteur-generaal werd ir. Robert Simoen bijgestaan door hoofdingenieur-directeurs Herman Verslype en Pierre Kerckaert, die hem in 1989 opvolgde en zijn directeurschap in handen gaf van ir. Erik Blomme.

In 1995 werd de Dienst der Kusthavens ingedeeld bij de Vlaamse administratie Waterwegen en Zeewezen (AWZ) en kreeg de naam ‘afdeling Waterwegen Kust’. Directeur-ingenieur Bernard De Putter wordt er afdelingshoofd.

In 2003 en 2004 onderging de administratie een herstructurering. De bevoegdheden van de afdelingen werden functioneel herverdeeld. Tal van opdrachten werden verschoven naar de afdelingen Maritieme Toegang en Bovenschelde.

Begin 2004 werd de bevoegdheid over de kustkanalen en de rivier De Ijzer overgedragen en spitsten de taken van de afdeling zich zoals in het begin louter toe op de kust zelf. Op dat ogenblik verviel het luik ‘Waterwegen’ totaal en kreeg de afdeling de huidige naam afdeling KUST.

2010 - heden

In 2010 werd de organisatiestructuur van de afdeling Kust grondig herschikt. Een frisse dynamiek en vernieuwde zakelijkheid zijn de boodschappen om te komen tot een optimale samenwerking met klanten, partners en belanghebbenden.

Op 8 maart 2010 ging algemeen directeur ir. Bernard De Putter op pensioen. Hij werd opgevolgd door ir. Kathleen Bernaert als afdelingshoofd. De grote uitdagingen voor haar waren de projecten van het Masterplan Kustveiligheid, goedgekeurd door de Vlaamse regering op 10 juni 2011. Op 29 februari 2016 heeft zij de afdeling verlaten. Tot de aanstelling van een nieuw afdelingshoofd neemt Jacques D’Havé, administrateur-generaal, de formele leiding van de afdeling waar; ir. Peter DeWolf, adviseur-ingenieur, werd belast met de dagelijkse leiding van de afdeling.

Op 9 november 2016 werd lic. Caroline Lootens aangesteld als nieuw afdelingshoofd. Ze was voorafgaand werkzaam als juridisch adviseur van de afdeling KUST.

Ontdek Afdeling KUST