Beheer van de maatregelen

Zowel de zandige stranden als de technische constructies zoals de stormmuren en de stormvloedkering hebben regelmatig onderhoud nodig.

Het is belangrijk om de kusterosie en de gevolgen van optredende stormen nauwlettend op te volgen. Tweemaal per jaar vliegt een vliegtuig de volledige kust over om de hoogte van stranden en duinen op te meten. Met behulp van LiDAR technologie (Light Detection and Ranging) worden hoogtekaarten gemaakt van de stranden en duinen. Zo bepalen we waar erosie of sedimentatie heeft plaatsgevonden en kunnen we het beheer verder uitstippelen. De vooroever (het onderwaterstrand) speelt eveneens een belangrijke rol speelt in de kustdynamiek dus brengen we deze ook in kaart.

Na een zware storm voeren we tussentijdse evaluaties uit. De harde maatregelen zoals dijken en stormmuren onderwerpen we regelmatig aan een inspectie.
 

Vliegtuig waarmee strand in kaart wordt gebracht.
Toetsing van de zeewering

Elke zes jaar voeren we een zeer gedetailleerde toetsing van het veiligheidsniveau van de zeewering uit. Hierbij onderzoeken we of alle 255 kustsecties voldoen aan de volgende veiligheidsnormen:

  • Het debiet van het zeewater dat op de piek van de storm over de veiligheidslijn kan lopen mag niet meer bedragen dan 1l/m/s. Bij dit debiet komt de stabiliteit van aanpalende gebouwen niet in gevaar.
  • Eventuele afslag van de duinen tijdens de storm mag zich niet uitstrekken tot aan het eerste woongebied.
  • Het volume duin dat overblijft na stormimpact moet voldoende groot zijn om een bres in de duinengordel te vermijden.
  • De bekleding van de zeedijk moet stabiel blijven tijdens een storm om een bres in de zeedijk te vermijden.           

De tweede toetsing van de zeewering werd in 2017 afgerond. De toetsing is gebaseerd op de laatste wetenschappelijke inzichten en rekenmethodes. Tijdens de studie controleerde men of de reeds aangepakte zones nog steeds voldoen aan de veiligheidsnormen en waar er nog beschermingsmaatregelen nodig zijn.

Resultaat van de toetsing

Op de locaties waar al maatregelen in het kader van het Masterplan Kustveiligheid zijn uitgevoerd is het beschermingsniveau sterk gestegen. Op sommige locaties zijn er echter nog maatregelen nodig om het vooropgestelde veiligheidsniveau te halen. Dit komt omdat de geplande beschermingsmaatregelen nog niet of nog niet volledig zijn uitgevoerd of omdat het strand nood heeft aan een onderhoudssuppletie.

Wat met kliffen?

Tijdens winterstormen gebeurt het dat inbeukende golven een gedeelte van het strand wegspoelen. Hierdoor ontstaan soms kliffen. Deze kliffen zijn een natuurlijk fenomeen en op zich geen probleem, maar kunnen in sommige gevallen een veiligheidsrisico voor de strandgebruikers vormen. Hiervoor worden de kliffen soms genivelleerd of gebroken. Ondanks het weggespoelde zand tonen deze kliffen net aan dat het zand de golven goed heeft opgevangen vooraleer ze de dijken en gebouwen bereiken.

Vroeger, vóór de grote strandsuppleties, lagen de stranden lager dan nu. Bij stormvloed was de impact op het strand ook al groot en werd een dun laagje zand over het volledige strand weggespoeld. Dit was niet zo opvallend. Alleen beukten de stormgolven dan rechtstreeks in op de zeedijken, met schade en verzwakkingen tot gevolg. Zeedijken herstellen is duur en tijdrovend.

Het zand dat tijdens een storm verdwijnt van het droge strand of de getijdenzone wordt verplaatst richting de laagwaterlijn en de vooroever. Ook daar draagt dit zand nog steeds bij tot de veiligheid. Uit onderzoek van het Crestproject blijkt dat de huidige stranden na een storm deels spontaan herstellen in de daaropvolgende maanden. De wind en het getij brengen een deel van het weggespoelde zand terug op het strand.