Legende

Er worden verwachtingen gemaakt voor de kustzone en het gebied verder op zee. De kustzone omvat het gebied tot een 5-tal km in zee. Vanaf deze grens tot aan de Westhinder (een 30-tal km in zee vanaf Nieuwpoort), wordt als "zee" beschouwd. Het gebied ten noorden van de Westhinder ligt in principe buiten de voorspellingszone van het OMS.

Uur (UTC):

Tijd in UTC (Universal Time Coordinated) = GMT (Greenwich Mean Time)
Bij wintertijd (van eind oktober tot eind maart): lokale tijd = UTC + 1 u. Bijvoorbeeld: 15:00UTC = 16:00u lokale tijd.
Bij zomertijd (van eind maart tot eind oktober): lokale tijd = UTC + 2 u. Bijvoorbeeld: 15:00UTC = 17:00u lokale tijd.

Wind

Richting (Sector):

16 sectoren van 22.5 graden. Bijvoorbeeld: NW = wind uit het noordwesten.

Kracht/Pieken/Buien (Bft):

De schaal van Beaufort wordt gebruikt om windsnelheid aan te duiden. Bijvoorbeeld: 7 Beaufort = harde wind.

De onder windbuien aangegeven waarde heeft betrekking op plaatselijk en zeer tijdelijk verwachte windvlagen die bij onstabiel weer vaak sterk afwijken van het gemiddelde en van de overheersende rukwinden.

Getij

Peil (cm TAW):

de waterhoogte in *cm TAW*, wat staat voor Tweede Algemene Waterpassing. Het Nationaal Geografisch Instituut heeft deze referentiehoogte ingevoerd in 1947. Een TAW-hoogte van 0 centimeter staat voor het gemiddelde zeeniveau bij laagwater in Oostende.

Opzet (cm):

het verschil tussen het werkelijke peil en het astronomische peil. Is het werkelijke peil hoger dan het astronomische peil, dan is er sprake van "opzet". Ligt het werkelijke peil lager dan het astronomische peil, dan spreekt men van "afwaaiing".

De meteorologen van het OMS bestuderen de weersomstandigheden en stellen vervolgens aangepaste verwachtingen op voor de hoog- en laagwaterstanden, tot enkele dagen vooruit.

Astronomisch of harmonisch getij:

Het astronomisch of harmonisch getij is het theoretisch berekende hoog- of laagwater, dat je ook terugvindt in de getijdenboekjes. In werkelijkheid kan het hoog- of laagwater sterk afwijken van deze theoretische berekening. Dat komt door de weersomstandigheden. Zo zal bijvoorbeeld een krachtige noordwestenwind zorgen voor een flinke opstuwing langs onze kust. Een zuidoostenwind blaast het zeewater als het ware weg van de kustlijn en zal zorgen voor verlaagde waterstanden. Ook de luchtdruk heeft een invloed op de uiteindelijke hoogte van eb en vloed.

Golven

H1%:

De hoogte van de golfpieken

Hsd:

De hoogte van de deining, dit zijn de lange golven met een golfperiode van meer dan 10 s, opgewekt door een niet-lokaal windveld.

Gtz:

De gemiddelde golfperiode.

Hs(σ)(cm):

  • De significante golfhoogte Hs is per definitie vier maal de vierkantswortel van de totale energie van het golfspectrum.
  • Het komt in de praktijk overeen met de gemiddelde golfhoogte van het hoogste derde van het aantal tijdens de meetperiode optredende golven (H 1/3 of H33%).
  • Worden er b.v. 210 golven gemeten dan wordt het gemiddelde berekend van de hoogste 70 golven.
  • Het komt (in open zee) ook vrij goed overeen met de door zeelui geschatte waarde en wordt om die reden trouwens significant genoemd.
  • Voor de Hs worden verwachtingen gemaakt in cm. Naast de verwachte golfhoogte staat tussen haakjes de standaarddeviatie (σ). De standaarddeviatie vertelt iets over de betrouwbaarheid van de verwachte Hs. Het wil zeggen dat 85% van de golven kleiner zal zijn dan de verwachte Hs+σ.
  • Staat er b.v. 60(30), dan betekent dit dat het OMS een significante golfhoogte verwacht van 60 cm, met een standaarddeviatie van 30 cm. M.a.w. 85% van de significante golfhoogtes zal kleiner zijn dan 60+30 cm.